Het Natuur Uurtje: Zo glad als een aal

Nieuws
Boezemgemaal Halfweg - Geert
Geert Timmermans (stadsecoloog)

Op het Marineterrein is natuur overal aanwezig: soms zichtbaar en soms verborgen. In de toekomst zal deze plek zich ontwikkelen tot een nieuwe stadswijk. Dat roept ook een andere vraag op: hoe bouwen we niet alleen voor mensen, maar voor ál het leven dat thuishoort in de stad? Tijdens het maandelijkse Natuur Uurtje verkennen we samen met een natuurexpert wat er groeit, kruipt, bloeit en zwemt op het terrein. Zo leer je met andere ogen kijken, naar dat wat vaak onopgemerkt blijft.

Langs het Marineterrein loopt een belangrijke route voor vismigratie. Eén van de meest opvallende reizigers is de Europese paling. Lang en slank, bijna niet vast te houden: hij glipt (bijna) overal doorheen. Niet voor niets zeggen we ‘zo glad als een aal’. Om het leven en de tegenslagen van een jonge paling in Amsterdam beter te begrijpen gingen we langs bij stadsecoloog Geert Timmermans, bij de vispassage van het Boezemgemaal Halfweg.

Foto’s door: Randy Fokke

Het mysterieuze begin van de aal

De paling spreekt al eeuwen tot de verbeelding. Aristoteles dacht dat palingen spontaan uit modder ontstonden, omdat hij en zijn tijdgenoten nooit eitjes of voortplantingsorganen bij palingen hadden gezien. Veel later probeerde Sigmund Freud het mysterie te ontrafelen door honderden palingen te ontleden, maar ook hij kon geen duidelijke voortplantingsorganen vinden.

De verklaring ligt ver van hier. Palingen ontwikkelen hun voortplantingsorganen pas laat in hun leven, vlak vóórdat ze naar zee terugkeren om zicht voort te planten. Palingen planten zich voort in de Sargassozee, midden in de Atlantische Oceaan. Daar, diep in zee, begint hun leven. Hoe dat precies gebeurt, heeft nog nooit iemand direct gezien.

Grofweg ziet de levensloop van een paling er zo uit:

  1. De eitjes in de Sargassozee komen uit tot larven, die naar hogere waterlagen bewegen en zich zo een 6.000 km laten meevoeren met de stromingen richting Europa.

  2. Voor de Europese kust veranderen ze in glasalen, kleine doorzichtige visjes die landinwaarts van de zee naar de rivieren zwemmen, op zoek naar zoet water om op te groeien.

  3. Na tientallen jaren keert de volwassen paling terug naar Sargassozee om zich voort te planten. Daarna sterft hij.

Hoe ze precies hun weg vinden, is nog altijd niet helemaal duidelijk. Onderzoekers denken dat palingen gebruikmaken van het magnetisch veld van de aarde en slim inspelen op oceaanstromingen door verticale migratie. Ze bewegen voortdurend op en neer tussen waterlagen, tot op zo’n 600 meter diepte. Zo ontwijken ze roofdieren en maken ze slim gebruik van temperatuurverschillen en stromingen.

Maar hoe komt de paling uiteindelijk in Amsterdam terecht en wat komt hij onderweg tegen?

Golfstroom

De warme golfstroom leidt de palingen van de Sargassozee in de Atlantische Oceaan naar Europa. De warme golfstroom functioneert als een gigantische rotonde. Het is voor de jonge paling cruciaal om op exact het juiste moment de ‘afslag’ richting Europa te nemen.

Op bezoek bij de Vispassage

De vispassage van het Boezemgemaal Halfweg is in 2012 gebouwd om vissen een veilige doorreis te bieden naar stedelijke gebieden. Het gaat namelijk niet goed met de paling. Sinds de jaren 60 is het aantal palingen met meer dan 90% afgenomen. Ook komen er veel minder jonge palingen aan dan vroeger. De soort staat daarom als ‘ernstig bedreigd’ op de Rode Lijst van de IUCN. Onderweg komen ze steeds meer obstakels tegen, zoals sluizen, dammen en gemalen. Maar ook harde oevers en kades, zoals in Amsterdam, zonder schuilplekken.

Een gemaal pompt water weg om het waterpeil te regelen en te voorkomen dat gebieden overstromen. Tegelijk houdt het ook water (en vissen) tegen, om te voorkomen dat zout water vanuit het Noordzeekanaal naar binnen stroomt.

“Voor water werkt dat goed,” legt Geert uit, “maar voor vissen is het vaak een eindpunt.”

Daarom is hier een vispassage aangelegd: een soort doorgang waar vissen langs het gemaal kunnen.

Boezemgemaal Halfweg - buis

Het ziet eruit als een grote buis onder water, met aan de binnenkant kunstgras waar de vissen zich langs kunnen bewegen en even kunnen rusten. Niet alleen de paling maakt gebruik van deze route. Ook andere trekvissen, zoals spiering en driedoornige stekelbaars, zwemmen hier van zout naar zoet water.

Tellen van de aaltjes

Tijdens de migratieperiode in het voorjaar worden hier wekelijks glasalen – met de hand – geteld. (En wij van het Marineterrein mochten meehelpen!) Tienduizenden kleine, doorzichtige glasaaltjes van een paar centimeter lang passeren hier. De eerste 200 worden stuk voor stuk geteld, daarna wordt er met het gemiddelde gewicht een schatting gemaakt van het totaal.

Tussen de duizenden glasalen zwemmen ook een paar opvallende exemplaren: felgekleurde, bijna lichtgevende aaltjes. Ze zijn gemarkeerd door onderzoekers van de Universiteit van Wageningen. Door deze aaltjes te volgen, krijgen we beter inzicht in hun route en de obstakels die ze onderweg tegenkomen. Zo weten we dat ze er ongeveer 13 dagen over doen om van de zeesluizen in IJmuiden naar de vispassage te komen.

Foto’s door: Randy Fokke

Een veilige route door de stad

De vispassage aan de Wethouder van Essenweg is een belangrijke schakel in deze route. Deze ‘vissentrap’ helpt glasalen om hun weg landinwaarts te vervolgen. Ook rond het Marineterrein vormen harde kades en een belemmering. Lange tijd vormden dit soort barrières het einde van de route voor veel vissen.

Daarom werken we aan betere verbindingen in het water, met meer ruimte voor voedsel en schuilplekken. Eén van de experimenten die hieraan bijdraagt is Dobbernatuur. Beplanting in en op het water biedt niet alleen oplossingn voor schoner water, maar ook schuilplekken en voedsel voor dieren.

Tijdens ons bezoek vertelt een aanwezige bioloog nog iets opvallends. Het laat zien hoe kwetsbaar en ingewikkeld deze trek is.

“Soms zie je hier palingen van meer dan een meter. Die hadden eigenlijk al terug moeten keren naar zee. Waarom ze nog niet teruggekeerd zijn, weten we niet precies." Met een knipoog: "Dat zijn alen die falen. ”

Zien hoe de paling en andere vissen de stad binnenkomen?

Op 20 mei organiseren we de volgende BioBlitz, met als thema de Amsterdamse Vismigratie. Als deelnemer doe je mee aan een visexcursie op het Marineterrein en bij de vispassage. Samen met stadsecoloog Geert Timmerman krijg je inzicht in deze bijzondere trek en zie je glasalen en andere vissen van dichtbij.

Meld je aan via: https://dezwijger.nl/programmareeks/bioblitzen-op-het-marineterrein

Foto’s door: Randy Fokke